Hoe samenstelling en verwerking van voeding gezondheid en gedrag kan beïnvloeden
Een kat is een obligaat carnivoor, soms zelfs gelabeld als hypercarnivoor. Dit geeft aan dat hun unieke en specifieke voedingsbehoeften natuurlijk worden geleverd door hun prooi; een dieet wat voornamelijk uit dierlijk weefsel bestaat. Toch worden de meeste katten tegenwoordig gevoed met commerciële diëten die meer passen bij omnivoren. Beloofd wordt een glanzende vacht, een gezond maagdarmsysteem, veel energie, goede immuniteit en een ideaal gewicht. Hoe kan het dan dat er zoveel gezondheidsproblemen voorkomen? Bij onderzoeken, zowel humane studies als dierstudies, blijkt dat commerciële diëten, vooral ultra bewerkt voedsel, kan leiden tot chronische aandoeningen, maar ook mentale aandoeningen en agressie.
Het merendeel van de commerciële diëten voor katten zijn ultra bewerkt of bewerkt. Terwijl onze katten niet verhongeren en geen ernstige tekorten krijgen aan bekende voedingsstoffen, lijken deze voeders toch verantwoordelijk voor een heel gamma aan problemen in onze katten; overgevoerd maar ondervoed, voedingsallergieën en voedselintoleranties, verstoorde darmmicrobiomen, systemische laaggradige ontstekingen, aantasting van de darm-hersenas en daarmee het brein en het centraal zenuwstelsel.
Wat meer achtergrond;
De meeste moderne commerciële diëten worden gemaakt van bijproducten van de humane voedselindustrie, waarbij het kwalitatief mindere vlees wordt gebruikt, of gerenderde materialen. Er worden steeds meer plantaardige eiwitten gebruikt, die dan allerlei processen ondergaan om de smaak, textuur en aanzicht te veranderen. Dit resulteert in maaltijden met onderdelen die niet voorkomen in de natuur. Hierin missen veel stoffen die ze nodig hebben voor hun brein, de darm-hersenas en zenuwstelsel die kunnen helpen bij gedragsproblemen zoals agressie, hypersensitiviteit en stress (Homer et al., 2023).
Tot de jaren ’60 leefden katten vooral buiten of mochten buiten vrij rondlopen, waar ze vaak hun dieet aanvulden met verse prooi. Dit is langzaam veranderd, door kattenbakken met kattengrit, een groeiende markt met kattenbrokjes en blikvoer, en later een veranderde rol van muizenvanger naar gezinslid.
Toen katten meer binnendieren werden beloofden we ze veiligheid en een betrouwbare bron van voedsel. Dus, ze beschermend tegen ongelukken, predatoren en besmettelijke ziektes, is ondertussen meer dan 60% te zwaar of obees en liggen gedragsproblemen en andere chronische ziektes op de loer. Het probleem is dat we deze dieren, die nog heel erg dicht bij de natuur staan; hebben gedwongen zich aan te passen aan onze leefstijl en onze voorkeuren voor hun voedsel, daarmee hun behoeftes negerend.
In de natuur leven katten hoofdzakelijk van dierlijke weefsels. Prooi levert 52-63% van de calorieën uit eiwitten, 36-46% uit vet, en 2-12% uit koolhydraten. (Plantinga et al., 2011 en Laflamme et al., 2022). Katten hebben een hoge behoefte aan aminozuren, en deze worden gevonden in de spieren en organen van hun prooi. Uit onderzoek blijkt dat een kat op het gebied van anatomie, stofwisseling en gedrag weinig is geëvolueerd is, dus deze behoeftes zijn in stand gebleven. De prooi van de kat foerageert diverse planten, en levert daarmee de kat allerlei stoffen die ontstekingsremmend werken, het hart beschermen, kanker voorkomen en het zenuwstelsel beschermen (van Vliet et al., 2021).
Commerciële brokjes zijn gemaakt van gehouden dieren, vaak uit bio-industrie. Dit heeft bijvoorbeeld een grote invloed op de verhouding van omega 3 en omega 6 vetzuren, die verre van ideaal zijn hierin. Hoe is het zo gekomen dat deze diëten zo ver afstaan van de behoeftes van katten?
De diervoedingsindustrie startte rond 1860, toen het eerste hondenkoekje werd gemaakt van bijproducten van de humane voedingsindustrie. Purina startte in 1956 met de productie van geëxtrudeerde brokjes zoals we die nu kennen. De voeding werd lang houdbaar, makkelijk, vol met energie en goedkoop door het hoge aandeel goedkope plantaardige zetmeelbronnen. Het belangrijkste was gemak en kosten, en de behoeftes van de kat en hond werden niet echt meegenomen (Homer et al., 2023). In de vroegere brokjes misten veel essentiële voedingsstoffen, maar met de tijd werden brokjes gebracht als de panacee voor de kritische kat. Er kwamen organisaties die richtlijnen opstelden wat er in commercieel voer behoorde te zitten, maar in plaats van het optrekken van de kwaliteit van dit soort voeders werd juist gepromoot dat brokjes en blikvoer het enige goede voedsel zou zijn om aan je huisdier te geven.
De richtlijnen zorgden ervoor dat er alleen nog maar werd gekeken naar losse voedingsstoffen en de behoeftes daaraan, zoals vitamine A, taurine, arginine etc.
Hoewel hiermee wel ernstige tekorten werden voorkomen, werd er voorbijgegaan aan de samenwerking van ingrediënten, het effect van de bewerking op voedingsstoffen en structuur van het voedsel. Voeding moet worden gezien als een geheel, niet als een collectie van stofjes. The database van de USDA bevat 150 voedingsstoffen, maar als je kijkt naar de matrix van natuurlijke voeding, bestaat dit uit meer dan 70.000 unieke metabolieten die in hun eentje of samen de gezondheid kunnen beïnvloeden (Barabasi et al., 2020). Voedingsstoffen gedragen zich anders in een natuurlijke matrix dan als ze in een kunstmatige matrix worden geplaatst van ultrabewerkt eten (Fardet & Rock, 2018). Bewerken van voedsel maakt de complexe structuur kapot van planten en dierlijke cellen, waardoor er abnormale snelle opname kan plaatsvinden.
Ultra bewerkt of bewerkt?
Er is een classificatie systeem (NOVA)ontwikkeld om mensen te helpen begrijpen hoeveel bewerking hun voedsel heeft ondergaan. Klasse 1 is onbewerkt of amper bewerkt, 2. verwerkte culinaire ingrediënten 3. bewerkt voedsel 4. ultra bewerkt voedsel en dranken. Als je dit vertaalt naar diervoeding zou vers vlees, gevriesdroogd, zachtjes gegaard, gedehydreerd en blikvoer vallen onder minimaal bewerkt tot bewerkt en geëxtrudeerde brokjes onder ultrabewerkt. Voorstanders van ultrabewerkte diervoeders stellen dat het heel milieubewust en duurzaam is, omdat de ingrediënten anders voor een groot deel als afval worden gezien.
Humane studies waarschuwen voor vele nadelige effecten van ultrabewerkt voedsel; kanker, hartziektes, overgewicht, suikerziekte, asthma, angst. Dit komt voor uit de hoge energiedichtheid, de samenstelling van voedingsstoffen, industriële bewerkingsmethodes, additieven en de effecten op het darmmicrobioom, schadelijke bijproducten door het productieproces, besmettingen door verpakkingsmaterialen etc.
Dus, wat heeft dit te maken met gezondheid van de kat en het gedrag?
Het grootste deel van commercieel kattenvoer is bewerkt of ultrabewerkt. Verhitten, pasteuriseren, inblikken, aan de lucht drogen of vriesdrogen zijn allemaal vormen van bewerken. Extrusie, waarmee je brokjes perst is ultrabewerkt. Ze gebruiken verhitting om ingrediënten makkelijk verteerbaar te maken, maar dit breekt voedingsstoffen af.
Langdurige verhitting leidt bovendien tot de productie van AGEs, oftewel advanced glycation end products. Deze schadelijke stoffen zijn bij mensen gelinkt aan cognitieve stoornissen en geestesziektes, en katten krijgen wel 38x meer AGEs binnen dan mensen (van Rooijen et al., 2014)
70-90% van de katten krijgt brokjes, al dan niet in combinatie met blikvoer en heel soms vers vlees. Droogvoer wordt meestal gemaakt van diermeel, plantaardig meel, zetmeel, gluten, eiwit isolaten of concentraten, en toegevoegde vitamines en mineralen. Dit lijkt in de verste verte niet meer op de samenstelling van een muis of een vogeltje.
In blikvoer lijkt dit beter, maar ook daar worden veel plantaardige bronnen gebruikt. Katten hebben een hoge behoefte aan aminozuren, die ze deels gebruiken om glucose van te maken. Zowel in brokjes als in veel blikvoer zit veel koolhydraat en minder eiewit, en gaat dus voorbij aan de behoefte van de kat. Daarnaast worden er veel plantaardige eiwitten gebruikt, en dat maakt voor de kat wel uit. Plantaardige aminozuren en dierlijke aminozuren zijn voor de kat niet uitwisselbaar!
Voeding levert niet alleen voedingsstoffen voor het dier, maar voedt ook het darmmicrobioom, en heeft daarmee invloed op het immuunsysteem, alle hormonale processen, en het zenuwstelsel. Zeer belangrijke producten van het microbioom zijn bijvoorbeeld korteketenvetzuren en neurotransmitters. Deze beïnvloeden cognitie, emotie, gedrag en immuniteit. Zelfs hormonen worden gereguleerd door het darmmicrobioom.
De productie van korteketen-vetzuren wordt bij zoogdieren toegeschreven aan de omzetting door het microbioom van vezels, maar bij de kat worden deze ook geproduceerd uit aminozuren. Katten zijn evolutionair aangepast om een dieet hoog aan eiwitten te eten en erop te floreren. Ze hebben door hoge eiwitopname niet meer kans op kanker, zoals bij mensen wel is gevonden (Plantinga et al., 2011).
Dus waarom worden er dan zoveel koolhydraten toegevoegd aan kattenvoer?
Het is verder aangetoond dat additieven en extra niet-essentiële ingrediënten die worden toegevoegd het darmmicrobioom verder kunnen verstoren.
Bijvoorbeeld guargom, wat veel wordt gebruikt als verdikkingsmiddel, remt de activiteit van de darmbacteriën en het lokale immuunsysteem waardoor het gevoeliger wordt voor ontsteking. (Paudel et al., 2022).
In onderzoek naar katten die zichzelf kaal likken had 90% naast huidontstekingen ook een verstoord darmmicrobioom, zelfs zonder duidelijke maagdarmklachten.
Underfeeding and undernourishment
Dit vertaalt als; teveel calorieën maar te weinig voedingsstoffen. En dat is een probleem waar mens en huisdier mee kampt met ultrabewerkt voedsel…
Recent onderzoek bij honden wijst uit dat de switch van brokken naar vers en onbewerkt voedsel leidt tot verbeterde bloedwaardes, minder atopische dermatitis (allergische huidziekte), verhoogde afweer tegen parasieten, minder kans op obesitas, minder kans op blaasgruis en blaasstenen, verbeterde darmwand, een sterk verbeterd darmmicrobioom en alle daar uitvloeiende voordelen.
Wat kunnen we doen als kattenouder als we de switch willen maken? Wat tips:
Katten houden op zich van nieuwe smaken en texturen, maar kunnen als kitten al gefixeerd en vastgeroest raken. Stel daarom kittens al bloot aan verschillende smaken en structuren en blijf dit doen als ze volwassen zijn. Denk aan vers vleesvoeding, gevriesdroogd voer, natvoer, blijf wisselen en experimenteren. Voedsel aversie kan ontstaan als ze eten in een stressvolle situatie of een ongewone situatie.
Herhaal het aanbod van iets nieuws minimaal 3x om de interesse te wekken. Zorg dat er eerst wat honger wordt opgebouwd. Biedt het nieuwe voer aan naast het huidige dieet, of juist als snoepje op een andere plek; of in een voerpuzzel.
Sprinkel kruimels van favoriete snoepjes of hele geurige treats erover om interesse te wekken.
Om een dysbalans te voorkomen; hou de 80/20 regel aan. Bijvoorbeeld 80% natvoer met 20% gevriesdroogd voer, of maximaal 10% treats of toppers zoals versvlees treats met 10% gevriesdroogd voer.
Gevriesdroogd voer kan als topper worden gebruikt of gerehydreerd als kleine maaltijd. Je kan later gestoomde maaltijden of vers vlees maaltijden langzaam gaan introduceren.
Wil je zelf gaan koken of wil je hulp met de overgang naar ander voer voor je kat? Ik maak volledig uitgebalanceerde zelfkookrecepten voor je kat; stuur een bericht naar jolijn@natuurdierenarts.nl.
