Celzouttherapie

Share on facebook

Celzouttherapie volgens Schüssler

Dr. Schüssler (een Duitse homeopathisch arts (1821 – 1898) ) heeft deze zouten ontdekt en verder ontwikkeld.
Deze zouten zijn in het lichaam van elk zoogdier aanwezig voor de regeling van de mineralen-zout balans van elke cel.  

Er bestaan 12 celzouten die later zijn aangevuld met nog 12 toegevoegde zouten (waaronder mangaan en koper) met allemaal een andere indicatie.
Wij kunnen een mogelijk tekort meten en gebruiken dan de celzouten vaak in combinatie met andere middelen, maar hij kan ook als een op zichzelf staande therapie worden toegepast.
De zouten zetten we meestal in ter ondersteuning van een orgaanfunctie (lever, nieren etc.) maar kan ook in plaats van een homeopathisch middel gegeven worden als de laatste te heftig is voor het dier. De celzouten hebben namelijk een zachtere werking.

Het zijn kleine witte tabletjes die niet zout maar juist zoet smaken en goed oplosbaar zijn in water. Honden nemen deze vaak als een soort snoepje in (tabletvorm) en wij kennen gevallen van  huisdieren die zelf aanvoelden welke zouten zij nodig hebben nadat hun verscheidene aangeboden werden in meerdere drinkbakken.

Lees meer (ook over de indicaties)  …

Zouten vormen opgelost in water ionen en deze hebben op hun beurt een elektrische lading. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat zouten een belangrijke rol hebben in de waterige omgeving van een mens en dierlijk lichaam. Deze ionen beïnvloeden op hun beurt de stofwisseling van de cellen in het lichaam. Transport van zouten via het celmembraan gebeurt actief via zogenaamde ionenpompen en ook passief door diffusie. 

De lever en de nieren spelen een belangrijke rol bij het vasthouden of uitscheiden van zouten. Als door bijvoorbeeld stress, te weinig drinken, vaccinaties, etc. deze organen overbelast raken wordt de minerale zout balans verstoord. De samenstelling van de vloeistof die om de cellen heen stroomt en het bloedplasma zal veranderen.

De celzouten van dr. Schüssler werken door hun signaalfunctie in op het celmembraan van de cellen, zodat de cellen zelf hun tekorten kunnen aanvullen. Om dit te kunnen doen worden de celzouten verwreven en juist niet geschud, zoals in de homeopathie. Op deze manier wordt de minerale zout samenstelling in de cellen verbeterd.

Een ander verschil is dat homeopathisch verdunde en gepotentieerde zouten de weerstand prikkelen om juist een teveel aan zouten in de vloeistof om de cellen te verwijderen.

Via voedingssupplementen, zoals gebruikt bij de orthomoleculaire geneeskunde, worden tekorten aan mineralen aangevuld. Dus ook een heel ander principe dan Schüsslers celzouttherapie.

Er bestaan 12 celzouten die later zijn aangevuld met nog 12 toegevoegde zouten (waaronder mangaan en koper) met allemaal een andere indicatie. Ik gebruik de celzouten vaak in combinatie met andere middelen, maar hij kan ook als een op zichzelf staande therapie worden toegepast. Hieronder een kort lijstje van indicaties.

De 12 celzouten volgens dr. Schüßler 

Calcium fluoratum, (nr.1)

Calcium fluoratum is belangrijk voor het soepel en stevig houden van alle weefsels, dus voor banden, weefsel, vaten, spieren en bovendien voor het glazuur en het botoppervlak. Onder invloed van straling wordt veel van dit zout verbruikt. Symptomen zijn onder andere: vermageren ondanks goede eetlust, gevoelig voor kou, elasticiteit banden en pezen, gebrek aan zelfvertrouwen, angstig.

Calcium phosphoricum, (nr.2)

Calcium phosphoricum is het belangrijkste botopbouwmiddel en vormt het tandbeen. Verder is het nodig voor de vorming van bloed, de eiwit- en celopbouw. Het zout wordt ingezet bij alle helings- en groeiprocessen. Krampen en onrust zijn een teken van een tekort.

Ferrum phosphoricum (nr.3)

Deze ijzerverbinding remt ontstekingen in het lichaam en maakt het immuunsysteem sterker. Ferrum phosphoricum is een wezenlijk bestanddeel van de rode bloedlichaampjes en bevorderd de weefseldoorbloeding en activeert de hersenen. Het wordt onder andere gegeven bij infecties, ontstekingen en trauma met verwondingen. 

Kalium chloride/ muriaticum (nr.4)

Kalium chloride ondersteund het lichaam tegen bestaande infecties. Een tekort kun je krijgen door voeding met veel kleurstoffen (e-nummers), geneesmiddelen, vaccinaties, belasting van de nieren. Het wordt onder andere ingezet  in de 2e fase van een ziekte of ontsteking (na ferrum phosphoricum), vaccinaties, opbouw van de slijmvliezen.

Kalium phosphoricum (nr.5)

In verbinding met natrium chloratum zorgt kalium phosphoricum voor de opbouw van nieuw weefsel. Het beïnvloed de impulsoverdracht in het zenuwstelsel en wordt daarom onder andere gegeven bij lusteloosheid en depressie. Het onder andere wordt gegeven bij uitputtingstoestanden, ontstekingen en koorts, nervositeit en angst. Daarnaast kun je het geven na zware lichamelijke inspanning en het versterkt het geheugen en de hartspier. Gifstoffen zoals bedorven vlees, arseen, cocaïne- en morfine verslaving zorgen voor een tekort. 

Kalium sulfuricum (nr.6)

Dit zout werkt vuilafvoerend en is voor ontgiftingsprocessen in het lichaam van groot belang. Daarnaast is kalium sulfuricum is een zuurstofdrager en bevorderd het zuurstoftransport naar de cellen. Het ondersteund genezing bij verwondingen en is belangrijk in de behandeling van chronische kwalen. Belasting van de lever, huidbeschadiging door zonlicht of na een afmattende strijd is kalium sulfuricum nodig. 

Magnesium phosphoricum (nr.7)

Het pijn- en krampmiddel nodig bij stress, maar ook geopathische belasting. Magnesium phosphoricum is medeverantwoordelijk voor de spieropbouw. Magnesium phosphoricum stuurt het vegetatieve zenuw-stelsel aan en heeft hierdoor invloed op de werking van het hart, de zenuwen, de bloedsomloop, de klieren, de verteringsorganen en de stofwisseling. Symptomen van een tekort zijn: migraine, kuitkramp, buikpijn-en kramp, verkamping van de nekspieren. 

Natrium chloride / muriaticum (nr.8)

Natrium chloride is belangrijk voor de vochthuishouding van de cellen. Het is in principe verantwoordelijk voor alle lichaamsdelen die niet doorbloed worden, omdat natrium chloride door de vochtaantrekkende werking deze verbindt met de stofwisselingskringloop. Een tekort ontstaat na medicijnen, overbelasting met zware metalen, aromatherapie en ozonbelasting. Het wordt onder andere ingezet bij: insectensteken, droge slijmvliezen en huid, ontgiften, stress en ergernis (o.a. prikkelbare schijnzwangerschap bij de hond).

Natrium phosphoricum (nr.9)

Natrium phosphoricum regelt het zuur-base evenwicht en stimuleert de stofwisseling. Hierbij wordt het lichaam ondersteunt bij de uitscheiding van urinezuren, regulatie van de vet stofwisseling en wordt de afbraak van suiker bevorderd. Bij een tekort zie je spijsverteringsklachten, pijnlijke jight- of reuma aanvallen en spierpijnen. Het kan onder ander worden ingezet bij: regulering zuurbase stofwisseling, verstoring van de suikerstofwisseling, falende genezingstendens, zweren en het versneld het rijpingsproces van abcessen.

Natrium sulfuricum (nr.10)

Natrium sulfuricum is een belangrijk ondersteuningsmiddel voor de lever, gal en de dikke darm. Het draagt bij aan de vocht- en stofwisselingsslakken afvoer en reguleert bovendien de suikerhuishouding. Het wordt gebruikt bij allerlei darmklachten zoals: obstipatie, te veel gassen, diarree.

Silicea (nr.11)

Silicea is hoofdverantwoordelijk voor de sterkte van het bindweefsel, vooral voor de huid, haren en nagels. Silicea is bovendien belangrijk voor het bindvlies van het oog. Silicea wordt verbruikt bij overbelasting van het zenuwstelsel en te weinig ontspanning. Silicae wordt ingezet voor de ondersteuning van de tanden, nagels, huid, botten en de vorming van kraakbeen. Het lost urinezuurbezinksel op, activeert de witte bloedlichaampjes, stimuleert het immuunsysteem en kan na vaccinatie gegeven worden.

Bij het gebruik van silicea als celzout – nr.11 is het sterk aan te bevelen om gelijktijdig nr.9 natrium phosphoricum in dubbele hoeveelheid te gebruiken.

Calcium sulfuricum (nr.12)

CeCalcium sulfuricum dat voornamelijk in de lever, gal en spieren voorkomt werkt slijmoplossend en bevordert de uitscheiding. Een tekort uit zich in groeistoornissen, bindweefselproblemen en chronische etterige uitscheidingen. Het is brandstof voor bindweefselcellen. 

AANPASSEN: FACEBOOK COMMENTS!!!